Home » Reisverslag naar Indonesië deel 2

Reisverslag naar Indonesië deel 2

YSS Yayasan Sumba Sejahtera (organisatie voor een welvarend Sumba)

De volgende dag wordt de reis voortgezet naar het 50 kilometer meer naar het westen gelegen Lewa. Ons reisdoel is hier het bezoeken van YSS,  een organisatie die zich vooral bezig houdt met het  trainen van boerengroepen en het versterken van hun organisatie.  Ook hier is de bijdrage van Sosoi bescheiden. Een van de boerengroepen heeft een aanvraag gedaan voor het bouwen van een gemeenschappelijk gebouw dat o.a. gebruikt gaat worden als kleuteropvang en voor . speelmateriaal voor de kleuters. Het gebouw is inmiddels behoorlijk opgeschoten. Bij het bezoek van Laurens van Veldhuizen in 2011 lagen er alleen nog maar fundamenten, op dit moment zit het dak er al op. Toch is het gebouw nog niet helemaal klaar. Door stijging van de cementprijzen is het geld voortijdig op en is het afmaken van het gebouwtje gestaakt. We vragen YSS om de uitgaven tot nu toe te rapporteren en opnieuw een aanvraag te doen voor wat er nog nodig is voor het afmaken van het gebouw en de aanschaf van spel materiaal. Een gedeelte van het geld is nog niet uitgekeerd aan YSS en misschien kan hiermee het gebouwtje snel worden afgemaakt.

De directeur van YSS laat ons meer zien dan alleen deze boerengroep. YSS heeft de afgelopen jaren veel tijd en energie gestoken in het stimuleren van planten van bomen en struiken op de erven van boeren. Bomen zijn goed voor de vruchtbaarheid van de grond, houden water vast en geven na enkele jaren inkomsten aan de boeren. YSS plant de zaden van bomen in potten en deelt de potten  uit. Zo ook met groentezaden . Er is een grote proeftuin waar YSS waarin diverse teeltsystemen en groentes  uitprobeert worden. Ook is er een nieuw trainingscentrum  waar alle boeren bij elkaar kunnen komen voor overleg en training. Dit centrum is gebouwd op de manier waarop vroeger huizen op Sumba werden gebouwd. ( het dak van alang gras en verder helemaal van hout).

Coöperatie Lestari

Voor een bezoek aan deze coöperatie hebben we (Karin en Wisnu) heel wat kilometers af moeten leggen. Aangezien Sumba oostelijk van Bali ligt, moeten we voor Bogor even zoveel kilometers naar het westen reizen vanaf Bali.

 

Sinds ons vorig bezoek twee jaar geleden zijn er heel veel ontwikkelingen geweest bij  deze coöperatie, die zelf bestuurd en gerund wordt door boeren en boerinnen uit het gebied Cijeruk in Bogor. Zij worden hierdoor ondersteund en begeleid door de organisatie (NGO Non Governmental Organisation) Elsppat. De coöperatie is oorspronkelijk opgezet om geld wat rouleert in een bepaalde gemeenschap binnen de gemeenschap te houden en te vermeerderen. Naast deze doelstelling is de coöperatie inmiddels ook uitgegroeid tot een productiecoöperatie, waar landbouwproducten worden geproduceerd en verhandeld.   Boeren die lid worden van de coöperatie moeten verplicht een bedrag sparen per maand en, afhankelijk van de hoogte van het  gespaarde bedrag kunnen ze dan ook voor productiedoeleinden geld lenen. (hoe meer geld gespaard hoe hoger het bedrag is dat ze kunnen lenen).

Het aantal mensen dat lid is geworden gedurende deze twee jaar is gestegen van 200 tot 400. Het kapitaal wat wordt gebruikt voor leningen is gestegen tot meer dan 50.000 euro (ongeveer 500 miljoen Rupiah), terwijl dat twee jaar geleden nog maar 100 miljoen Rupiah was. De coöperatie is verhuisd naar een ander gebouw, waar ook plaats is om groentes en verschillende producten die geproduceerd worden door de leden te kunnen uitstallen en verkopen. Er zijn een paar vrouwengroepen die verschillende bijproducten produceren om hun inkomen te vergroten zoals kroepoek en kruidendranken. Er is een ruimte bij het kantoor ingericht die speciaal bestemd is om deze producten te maken, waardoor het productieproces van 1 product ook gecertificeerd kon worden door de gezondheidsdienst. Voor het certificeren van deze producten is een ruimte nodig is die makkelijk schoon gemaakt kan worden. In een dorp is dit moeilijk te realiseren. Bij de coöperatie is nu een centrale keuken gebouwd die aan al deze eisen voldoet. De administratie van leningen en spaargeld gaat sinds kort met de computer en niet meer met de hand. Ook is er een truck gekocht waarmee groente en fruit door de coöperatie zelf naar de markt gebracht kan worden. Ook wordt er gekeken of groente en fruit via verkooppunten in Jakarta verkocht kunnen worden. Het bezit van deze truck is dan onontbeerlijk.

’s Ochtends hebben we een discussie met het bestuur van coöperatie Lestari en de staf van Elsppat. We bespreken vooral de ontwikkelingen die de laatste jaren hebben plaatsgevonden. Een belangrijke rol van de coöperatie is geweest dat ze boeren en boerinnen leren om geld te sparen. Veel boeren(innen) hadden nooit gedacht dat ze in staat zijn om zoveel geld bij elkaar te sparen. Nu blijkt dat ze het toch kunnen, zijn de mogelijkheden opeens veel groter om plannen voor de toekomst te maken. Voor de islamitische vastentijd wilden heel veel boeren/boerinnen opeens lid worden, maar de coöperatie heeft dit voorlopig geweigerd. Er is een evaluatie geweest over het functioneren van de coöperatie georganiseerd door Elsppat. De coöperatie wil eerst deze evaluatie afwachten en kijken waar zaken verbeterd moeten worden voordat weer nieuwe leden worden toegelaten.

Sosoi heeft een paar maanden geleden de coöperatie geld gegeven voor het openen van een nieuw verkooppunt. Op dit moment worden landbouwproducten in de kantine van een Katholieke school verkocht, maar er is zoveel aanvoer dat het openen van een ander verkooppunt ook van belang wordt. De plaats die men op het oog had bleek niet zo goed te verkopen als men had gedacht dus nu is men aan het kijken naar een andere plek.

Vorig jaar heeft Sosoi de coöperatie geholpen bij de aanschaf van geiten en schapen.  De aanwas van schapen en geiten was 25 jongen. Helaas waren er ook al weer 9 doodgegaan door ziekte.

’s Middags is er een bezoek aan het verzamelpunt waar groentes ingeleverd kunnen worden door boeren/boerinnen om verder doorverkocht te worden door de coöperatie. Op bepaalde plaatsen kunnen boeren en boerinnen op maandag en woensdag hun landbouwproducten inleveren. Ze krijgen een vaste prijs contant betaald en deze producten worden dan meegenomen naar de coöperatie. Bij de coöperatie worden deze producten gesorteerd door medewerkers van de coöperatie en zodanig geprijsd dat er een goede marge voor de coöperatie overblijft. Op dinsdag- en donderdagochtend worden deze producten  in de kantine van de school verkocht. Het vervoer van de producten gaat nu per oplegger van de coöperatie.

We gaan ook op bezoek bij een vrouw die de zogenaamde ‘dodol’ produceert. Dit is een lekkernij gemaakt  van suiker en kleefrijstmeel. De coöperatie verzorgt ook trainingen aan boerinnen waarmee ze hun eigen bedrijfje kunnen opzetten om zo hun inkomen te vergroten. De productie van dodol gebeurt tot nu toe nog steeds in het huis van het lid van de coöperatie zelf. Deze plaats werd echter door de gezondheidsdienst niet goedgekeurd om  gecertificeerd te worden. (geen betonnen vloer, geen goed afwasbare wand etc).  Om nu het product toch te kunnen certificeren kan de dodol voortaan gemaakt worden in de centrale productiekeuken van de coöperatie. Het voordeel van certificering is dat het product op meer plaatsen verkocht kan worden, bijvoorbeeld ook in supermarkten. Het certificeringsproces is echter zo duur dat zonder steun van de coöperatie dit nooit had kunnen gebeuren. Weer een voordeel van samen zaken organiseren.

Dinsdagochtend hebben we nog tijd om even de school te bezoeken waar de producten worden verkocht. Al om 8 uur staan ouders hun groenten en fruit uit te zoeken en de verkoop gaat in snel tempo. We spreken ook even met het hoofd van de school en vragen haar waarom ze de school beschikbaar heeft gesteld voor de coöperatie. Haar antwoord is dat ze het belangrijk vindt dat kinderen al vroeg kennis maken met organisch verbouwd voedsel. Door dit naar school te halen leren de kinderen al vroeg onderscheid te maken tussen eigen bereid voedsel zonder toevoegingen en  bewerkt voedsel uit de supermarkt.

Het bezoek aan Indonesië is voor ons geëindigd. Door de gesprekken met Elsppat en Lestari, maar ook uit de gesprekken op Sumba maken we op hoe moeilijk en zwaar het is om in dit land de arme vaak laag opgeleide bevolking een beter bestaan te geven. Lokale organisaties kunnen met kleine bijdragen van Sosoi een groot verschil maken. We hebben mooie voorbeelden van ondernemerschap gezien en hopen dat in de toekomst meer mensen mogelijkheden hebben  hun leven zelf in de hand nemen en hun toekomst kunnen bepalen. Een hoopvolle reis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*